Algemeen (4)

Lithium orotate zijn tabletten met een heel lage dosis lithium. Geclaimd wordt dat dit soort lage doseringen goed is voor tal van klachten en stoornissen. Daar is tot op heden echter weinig bewijs voor. Om de stemming stabiel te houden bij mensen met een bipolaire stoornis zijn veel hogere doses lithium nodig. Dat is alleen beschikbaar in de vorm van lithiumcarbonaat.

Lithium wordt gedolven in lithiummijnen en kan zowel voor batterijen als voor medicijnen worden gebruikt.

In het lichaam komt maar heel weinig, nauwelijks meetbaar, lithium voor.

Of en wanneer je een volgende manie kunt verwachten zonder medicijnen verschilt van persoon tot persoon. Bij sommige mensen met een bipolaire stoornis komt dat nooit terug. Bij anderen kan het na enkele dagen, maar ook na vele jaren toch nog gebeuren.

Bijwerkingen (27)

Dit verschilt zeer per persoon. Sommige lithiumgebruikers komen wel iets in gewicht aan. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Denk er in elk geval aan dat de schildklier wordt gecontroleerd. Een te langzaam werkende schildklier, wat nogal eens voorkomt bij het gebruik van lithium, kan zorgen voor gewichtstoename. Dit is meestal vrij eenvoudig te corrigeren met schildkliertabletjes. Ook moet je erop letten dat je je dorst niet altijd lest met suikerhoudende dranken. Dit kan er ook voor zorgen dat je zwaarder wordt.

Bijwerkingen zijn vervelende effecten die soms voorkomen bij gebruik van een medicijn. Dorst is een voorbeeld van een bijwerking van lithium. Bij verantwoord gebruik komen ernstige bijwerkingen door het gebruik van lithium weinig  voor. De meest voorkomende bijwerkingen van lithium vind je op de website alles over lithium.nl.

Bij een bipolaire stoornis komt een schildklierontsteking vaker dan gemiddeld voor. Dit is een autoimmuunaandoening waarbij de schildklier te langzaam werkt. Dat heeft niet zozeer met het medicijn lithium te maken als wel met de aandoening waarvoor lithium wordt voorgeschreven.

Het geheugen wordt niet aangetast door lithium. Integendeel, lithium geeft soms enige verbetering bij mensen met geheugenproblemen (maar dat is niet wetenschappelijk aangetoond). Bij mensen met  een bipolaire stoornis komen soms concentratieproblemen voor. Het is wel mogelijk dat een zwakkere concentratie doet denken aan geheugenproblemen. Informatie lijkt dan echter eerder niet ‘door te dringen’. Als je informatie niet goed in je opneemt, kun je het ook niet goed onthouden.

Lithium veroorzaakt geen slaperigheid.

Door het gebruik van lithium kun je geen vitamine B12-tekort krijgen. Uit onderzoek is wel gebleken dat een tekort aan vitamine B12 tot depressieve klachten kan leiden.

Bij een verlaging van de dosis is niet te verwachten dat er bijwerkingen ontstaan. Het kan wel zo zijn dat lithium minder effectief is als de spiegel te laag wordt. Voor de meeste mensen is een spiegel van rond de 0,6 mmol/l echter wel goed. Zo belast je je nieren wat minder en blijft het effect van lithium op je stemming behouden. 

Niet geheel duidelijk is wat met ‘wegrakingen’ wordt bedoeld. ‘Flauwvallen’ komt eigenlijk zelden of nooit voor door het gebruik van lithium. We zien dit nog weleens bij bepaalde andere (psychiatrische) medicijnen. Als epileptische aanvallen worden bedoeld: ook dat komt eigenlijk niet voor door lithium.

Gemiddeld geeft een waarde tussen 0,6 en 0,8 mmol/l de beste bescherming. Bij hogere waarden kan inderdaad een tremor, het trillen van de handen, voorkomen. Soms helpt het om de lithiumspiegel net iets lager in te stellen.  

Lithium biedt voor de meeste mensen de beste bescherming als de spiegel tussen 0,6 en 0,8 mmol/l ligt. Als de spiegel lager is, vermindert het beschermende effect van lithium. als de spiegel dus al 0,6 mmol/l bedraagt, is er weinig ruimte om de dosis verder te verlagen. Sommige lithiumgebruikers vinden dit soort bijwerkingen zo vervelend dat zij de eventuele mindere bescherming voor lief nemen. Dit is een individuele afweging. Is de spiegel beduidend hoger dan 0,6 mmol/l dan kan een dosisveragening vaak goed helpen tegen trillende handen. Soms wordt propanolol gebruikt om het trillen te verminderen.

De nierfunctie neemt enigszins af naarmate je ouder wordt. Na jarenlang lithiumgebruik gebeurt dit meestal iets sneller. Dit leidt eigenlijk zelden tot ernstige problemen. De kans op nierproblemen is groter als je, naast het gebruik van lithium, ook nog last krijgt van bijvoorbeeld suikerziekte of een hoge bloeddruk. Dat zijn aandoeningen die een flinke belasting voor de nieren kunnen vormen. Een danig verminderde nierfunctie komt bij chronisch lithiumgebruik bij 10-15 procent voor, ernstig nierfalen waarvoor nierdialyse nodig is bij maar ongeveer 0,5 procent.

Het is belangrijk met enige regelmaat de nierfunctie te controleren als je lithium gebruikt. De eventuele achteruitgang van de nierfunctie gaat doorgaans zeer langzaam. Door het regelmatig te controleren, zie je eventuele problemen ver tevoren aankomen en heb je ruim de gelegenheid met je arts te bespreken wat in dat geval verstandig is om te doen. Om het risico op nierschade te verkleinen is het verder belangrijk een verstandige levensstijl aan te houden met gezond eten, voldoende lichaamsbeweging, enz.

Je gebit kan achteruitgaan door het gebruik van medicijnen waarvan je een droge mond krijgt. Dat kan bij lithium het geval zijn. Veel mensen krijgen door lithium wat meer dorst. Je moet oppassen met het drinken cvan (suikerhoudende frisdrank, omdat dit natuurlijk ook niet goed is voor je gebit. Een tip om dit te voorkomen: spoel je mond steeds met water als je frisdrank hebt gedronken.

Als je gevoelig bent voor de huidziekte psoriasis, kan lithium dat inderdaad verergeren. Overleg met de arts die lithium voorschrijft wat je kunt doen. Voor psoriasis is het meestal verstandig een dermatoloog te raadplegen.

Lithium kan niet voor leverschade zorgen. De meeste medicijnen worden door de lever afgebroken, maar lithium juist niet. Lithium wordt door de nieren geklaard en je plast het dus grotendeels uit.

Door lithium kan de schildklier trager gaan werken (hypothyreoïdie). Waarschijnlijk komt dat bij wel 20 procent van de lithiumgebruikers voor. Ook hyperthyreoïdie (te hard werkende schildklier) komt weleens voor, maar dit is veel zeldzamer.

Lithium is niet verslavend.

Op langere termijn kunnen de nieren iets minder gaan functioneren, maar dit leidt zelden tot ernstige problemen. Ernstige problemen ontstaan vaak pas als zich ook andere aandoeningen voordoen die slecht zijn voor de nieren. Denk aan suikerziekte of hoge bloeddruk. Soms gaat de schildklier iets minder werken door lithiumgebruik, maar dat is doorgaans goed te corrigeren. Andere langetermijneffecten komen zelden voor.

Enorme vermoeidheid komt niet vaak voor bij het gebruik van lithium. Wel kun je wat minder energie hebben. Het komt ook voor dat je je wat minder goed kunt concentreren. Vermoeidheid kan echter ook een nasleep zijn van een manie of depressie. Dan heeft het dus niets met lithium te maken. Als het wel aan lithium ligt, biedt een kleine dosisverlaging soms soelaas. Het is wel van belang dat de lithiumspiegel op peil blijft

Soms leidt het gebruik van lithium tot veel plassen. Als je ’s nachts regelmatig naar de wc moet, is dat heel vervelend. Het helpt weleens als je je lithium eerder op de dag inneemt, in plaats van net voor het slapengaan. Op die manier heb je niet ’s nachts de hoogste lithiumspiegel. Als dit niet helpt en je moet echt te vaak naar de wc, kan een verwijzing naar de internist-nefroloog verstandig zijn. Deze kan onderzoek doen naar zogeheten diabetes insipidus. Dit betekent dat de nieren door het gebruik van lithium meer moeite hebben de urine te concentreren. Daardoor moet je meer plassen en meer drinken. Vaak weet de nefroloog dat wel te verbeteren.

Dit klinkt als een soort zenuwprikkeling. Wij zijn dit weleens tegengekomen bij een enkele lithiumgebruiker, maar uit de medische literatuur komt dit niet naar voren als bijwerking van lithium. Misschien is het zinvol eens een ander soort lithium te proberen. Stap bijvoorbeeld van Camcolit over op het merk Priadel (of andersom), of probeer capsules.

Dit probleem komt weleens voor, vooral bij vrouwen. Helaas hebben we daar geen goede oplossing voor.

Het vlakke gevoel is niet altijd dosisafhankelijk, dus is het niet zeker of dit verbetert als je de lithiumdosis verlaagt. Lithium biedt voor de meeste mensen de beste bescherming als de spiegel tussen 0,6 en 0,8 mmol/l ligt. Als je de spiegel verder verlaagt, neem je dus wel iets meer risico.

Een zwaar gevoel in de benen kan inderdaad optreden bij het gebruik van lithium. Vaak verminderen deze klachten na verloop van tijd. Eventueel kun je proberen op een lithiumspiegel rond de 0,6 mmol/l uit te komen. Soms heb je dan minder last van bijwerkingen.

Doorgaans is iemand vrij vlot ingesteld op de juiste lithiumdosis. Steeds kan na ongeveer vijf dagen bloed worden afgenomen om de lithiumspiegel te bepalen. Na twee tot drie keer bloedprikken is de juiste bloedspiegel meestal wel bereikt. De meeste bijwerkingen ervaar je in de eerste weken, soms manifesteren ze zich echter pas na langere tijd. Door de lithiumdosis een beetje aan te passen zijn veel bijwerkingen te verminderen.

Als je lithium zorgvuldig gebruikt en regelmatig de juiste controles laat uitvoeren, zijn de risico’s zeer klein. Complicaties komen weinig voor. Het is belangrijk dat je op de hoogte bent van de risico’s en hoe je complicaties kunt voorkomen. Dat heb je namelijk voor een belangrijk deel zelf in de hand.


 

Lithium veroorzaakt soms stramheid en trillen en het kan parkinsonsymptomen verergeren. Als dat gebeurt, wordt de dosis van lithium iets aangepast. Als iemand lithium echt nodig heeft, kan het ook zijn dat de parkinsonmedicijnen moeten worden aangepast.

Camcolit bevat dezelfde stof als Priadel en heeft dezelfde halfwaardetijd. Dat wil zeggen dat het op dezelfde manier wordt afgebroken en verwerkt in hetlichaam. Dat je lithiumspiegel opeens zo hoog is, is daarom eigenlijk niet goed te verklaren door de verandering van het merk. Het is verstandig ook naar andere oorzaken van de hoge lithiumspiegel te zoeken. Dat je schildklier trager werkt, kan eigenlijk niet door de omzetting komen. De werkzame stof, lithium, is bij beide merken hetzelfde. Lithium kan soms wel zorgen voor een trager werkende schildklier, maar dat geldt dus voor beide merken.

Dagelijks leven (7)

Een geringe hoeveelheid alcohol is doorgaans niet zo’n probleem. Het voornaamste risico van te veel alcohol is dat het de vochthuishouding verandert. Door alcohol raak je relatief uitgedroogd. Dat kan ertoe leiden dat de lithiumspiegel te hoog wordt en een te hoge lithiumspiegel kan gevaarlijk zijn.

Door regelmatig veel alcohol te drinken kan je lithiumspiegel minder constant zijn en soms te hoog of te laag uitkomen. Dat kan tot complicaties leiden en ervoor zorgen dat je stemming niet stabiel blijft. Al met al kun je dus het beste hooguit met mate alcohol drinken als je lithium gebruikt.

Een bipolaire stoornis is een reden je af te wijzen bij een duikkeuring. Door de hoge druk onder water, het gasmengsel dat gebruikt wordt en de diepte ben je kwetsbaar voor concentratieproblemen. Men is bang voor inschattingsproblemen die onder water fataal kunnen zijn en beschouwt een manisch-depressieve patiënt gevoeliger dan gemiddeld voor concentratieproblemen. Dit heeft niet zozeer te maken met het gebruik van lithium, maar vooral met de aandoening. Tijdens het duiken kan wel uitdroging ontstaan waardoor de lithiumspiegel te hoog zou kunnen worden. Ten slotte zouden hartritmestoornissen kunnen ontstaan als je duikt met lithium. Al met al zijn de eisen voor een duikbrevet erg streng en komt iemand die lithium gebruikt waarschijnlijk niet door de medische keuring, hoe klein het risico ook zou zijn.

Acetazolamide (‘hoogteziektepil’) zorgt ervoor dat de nieren iets meer natrium uitscheiden en waarschijnlijk meer lithium. Dat kan betekenen dat de lithiumspiegel daalt. Verblijf op grote hoogte kan de klaring van lithium iets verminderen, waardoor de spiegel weer wat stijgt. Het ene effect heft het andere dus min of meer op. Als je het medicijn maar een paar dagen gebruikt en de lithiumspiegel daardoor in die tijd lager is dan normaal, is dat geen reden de dosis aan te passen. Blijf wel alert op intoxicatieverschijnselen door het verblijf op grote hoogte. Uit voorzorg kun je de lithiumdosis iets aanpassen als dat voor de stemmingsstoornis mogelijk is.

Lithium is geen ingewikkelde bepaling. Daarvoor kun je terecht bij ieder min of meer standaard ziekenhuislaboratorium.

Mensen met een bipolaire stoornis zijn kwetsbaar voor plotse tijdsverschillen en kunnen bijvoorbeeld manische symptomen krijgen na een nacht zonder slaap. Dit staat los van het gebruik van lithium. Het is goed dat je enkele dagen voor vertrek je slaap-waakritme begint op te schuiven richting het land waar je naartoe gaat. Het tijdstip van lithiuminname verhuis je mee. Eenmaal op de plaats van bestemming duurt het een paar dagen voor je aan het nieuwe ritme gewend bent. Plan die dagen niet te vol.

De laatste dagen van je verblijf kun je beginnen je slaap-waakritme geleidelijk te verschuiven naar Nederlandse tijd. Het tijdstip van inname van lithium verhuis je in hetzelfde tempo mee. Dit is echter niet heel belangrijk. Als je in elk geval maar één keer per dag de lithium inneemt, het tijdstip waarop je dat doet is van minder belang

Als je al een gevoeligheid hebt om manisch of depressief te worden, kan het gebruik van alcohol en drugs tot meer problemen leiden. Van overmatig alcoholgebruik kun je relatief uitgedroogd raken, waardoor de lithiumspiegel kan stijgen. Daar zou je rekening mee kunnen houden. Regelmatig veel alcohol drinken is eigenlijk nooit verstandig en dus ook niet in combinatie met lithium.

Af en toe flink sporten is doorgaans geen probleem bij lithium. Drink het vocht dat je hebt verloren meteen na het sporten weer bij. Door transpiratie verlies je veel zout. De nieren reageren daarop door lithium vast te houden en zo kan weleens een hoge lithiumspiegel ontstaan. Daarom is het ook van belang dat je wat zout tot je neemt, bijvoorbeeld in de vorm van een kopje bouillon. Als je heel extreem tekeer zou gaan en je maakt je erg veel zorgen, is het niet zo’n bezwaar om de avond voor de sportprestatie een halve dosis lithium in te nemen.

Bij intensieve bergsport op grote hoogte zou je preventief gebruik van Diamox kunnen overwegen. Dat middel vergroot de excretie van lithium door de nieren. Het verlaagt de lithiumspiegel dus.

Indicaties (8)

Lithium wordt vooral gebruikt om de stemming te stabiliseren en wordt daarom voorgeschreven bij een manisch-depressieve stoornis. Tegenwoordig wordt dit meestal bipolaire stoornis genoemd. Het kan een manie en een bipolaire depressie bestrijden en het kan voorkomen dat een manie of bipolaire depressie optreedt. Ook kan lithium worden toegevoegd aan antidepressiva om een depressie te behandelen. Een enkele keer wordt lithium ook ingezet bij stemmingswisselingen die zijn ontstaan door hersenbeschadigingen. Verder wordt lithium weleens voorgeschreven aan patiënten met clusterhoofdpijn.

Lithium kan het risico op een manische of een depressieve episode flink verkleinen. Het biedt echter niet voor iedereen honderd procent bescherming. Het kan dus voorkomen dat lithium  onvoldoende effectief is en dat toch een manie, depressie of zelfs een psychose ontstaat.  

Een bipolaire stoornis is vaak erfelijk. Ook het effect van medicijnen wordt vaak overgedragen. Dat je er zo goed op reageert, maakt de kans dat je zoon er baat bij heeft groter. Misschien vindt je zoon dat een goed  argument. Het is wel belangrijk dat hij geheel achter het gebruik van lithium staat. Dan zal hij ook nauwkeuriger zijn in het gebruik van lithium en helpt het waarschijnlijk ook beter.

Doorgaans stelt men zo’n diagnose door zorgvuldig met jou en met eventuele anderen (familieleden of andere betrokkenen) na te gaan hoe je stemming in de loop van de jaren is verlopen. Hebben zich manische perioden voorgedaan? Hoe lang duurden die? Welke symptomen vertoonde je toen? Hebben zich depressieve perioden voorgedaan? Komt een bipolaire stoornis ook in de familie voor? Deze en tal van andere vragen worden geïnventariseerd. Om een bipolaire stoornis vast te stellen is het in elk geval nodig dat zich ooit een (hypo)manie heeft voorgedaan.

Voor de behandeling van een manie kan lithium binnen enkele dagen helpen. Lithium wordt vooral gebruikt om manieën en depressies te voorkomen. Bij sommige mensen komen direct nooit meer manieën of depressies voor, bij anderen doven de stemmingwisselingen geleidelijker uit.

De vraag of het nog nodig is om lithium te blijven gebruiken, rijst vroeg of laat bij iedereen. Probeer dan een goede afweging te maken tussen voordelen, nadelen en risico’s. Hoe goed heeft het gewerkt? Hoeveel last heb je van het medicijn? Hoe vervelend vind je het om een medicijn te slikken? Zijn er complicaties? Hoe groot schat je de kans in dat je weer manisch of depressief wordt? Hoe vervelend zou het zijn om manisch te worden, wat zijn daarvan de consequenties? Oftewel: wat heb je te verliezen?
Voor iedereen pakt die afweging anders uit. Dat kun je het beste bespreken met de psychiater bij wie je in behandeling bent. Om dit op een rij te zetten is ook een keuzehulp ontwikkeld.

[linkje aanbrengen onder ‘keuzehulp’]

Lithium kan helpen als de depressie voorkomt in het kader van een bipolaire stoornis. Bij een (niet-bipolaire) unipolaire depressie wordt soms ook lithium voorgeschreven als een antidepressivum alleen niet het gewenste effect heeft.

Soms kan een hoge lithiumspiegel net een extra effect geven. Dit kan nodig zijn bij een toename van manische of depressieve klachten. Je moet dat echter altijd alleen maar doen na overleg met je behandelend arts. Deze kan inschatten of het verstandig is de dosis te verhogen en met hoeveel dat eventueel kan. Bij een verhoging van de dosis kan de lithiumspiegel ook te hoog uitkomen. Daarom is het verstandig de lithiumspiegel na de verhoging extra te controleren. Laat dus bloed prikken om zeker te weten dat de spiegel niet te hoog is.

Intoxicatie (3)

·       Sterk beven van handen of kaak

·       Misselijkheid, braken, diarree

·       Spierzwakte

·       Zwaar gevoel in je armen en benen

·       Spiertrekkingen

·       Onzekere ‘dronkemansloop’

·       Je praat alsof je dronken bent

·       Sufheid

·       Je voelt je uitermate sloom en lusteloos

Wat je wel en niet kunt eten wordt niet bepaald door de hoeveelheid lithium die je gebruikt. Houd er wel rekening mee dat je lithiumspiegel kan stijgen door koorts en braken.

Hoe te handelen is erg afhankelijk van hoe hoog de lithiumspiegel is, of je er klachten van hebt en van de oorzaak van de hogere lithiumspiegel. Vaak is het genoeg om tijdelijk iets minder lithium in te nemen, een keer over te slaan, wat extra te drinken of wat bouillon te nemen. Doe dit altijd in overleg met de voorschrijvend arts en laat daarna de lithiumspiegel extra controleren, zodat je zeker weet dat het weer goed is ingesteld.

Lithium in combinatie met andere middelen (14)

Ieder antibioticum kan met lithium worden gecombineerd, maar het lijkt erop dat sommige antibiotica de lithiumspiegel kunnen verhogen. Het is niet duidelijk of dit met de antibiotica te maken heeft of met de ziekte waarvoor je antibiotica gebruikt. Je gebruikt antibiotica vaak omdat je een aandoening hebt met bijvoorbeeld koorts en dat kan op zichzelf al leiden tot een hogere lithiumspiegel. Verder gaat het  gebruik van antibiotica soms gepaard met diarree en ook dit kan zorgen voor een  hogere lithiumspiegel. Het is in ieder geval goed de lithiumspiegel extra te controleren bij gebruik van deze antibiotica.

Een geringe hoeveelheid alcohol is doorgaans niet zo’n probleem. Het voornaamste risico van te veel alcohol is dat het de vochthuishouding verandert. Door alcohol raak je relatief uitgedroogd. Dat kan ertoe leiden dat de lithiumspiegel te hoog wordt en een te hoge lithiumspiegel kan gevaarlijk zijn.

Door regelmatig veel alcohol te drinken kan je lithiumspiegel minder constant zijn en soms te hoog of te laag uitkomen. Dat kan tot complicaties leiden en ervoor zorgen dat je stemming niet stabiel blijft. Al met al kun je dus het beste hooguit met mate alcohol drinken als je lithium gebruikt.

Als je een nieuw medicijn gaat gebruiken is het belangrijk dat je navraagt of een interactie met lithium bekend is. Bij twijfel is het altijd goed om een keer extra je lithiumspiegel te laten controleren. Van een aantal veelgebruikte medicijnen is bekend dat het de lithiumspiegel kan verhogen. Als je met zo’n medicijn begint, is het verstandig een paar keer extra je lithium te laten controleren. Van maar een paar medicijnen is bekend dat het de lithiumspiegel kan verlagen. Ook dan is het verstandig een keer extra lithium te controleren.
Als je erop bedacht bent dat een medicijn de lithiumspiegel kan veranderen, is het doorgaans goed mogelijk lithium met andere medicijnen te combineren.

Als je al een gevoeligheid hebt om manisch of depressief te worden, kan het gebruik van alcohol en drugs tot meer problemen leiden. Van XTC kun je relatief uitgedroogd raken, waardoor de lithiumspiegel kan stijgen. Het is goed daar rekening mee te houden. Regelmatig drugs gebruiken is eigenlijk nooit verstandig en dus ook niet in combinatie met lithium.

Acenocoumarol is goed met lithium te combineren. Interactie of negatieve beïnvloeding van de werking is niet bekend.

Plastabletten (diuretica)en sommige andere bloeddrukverlagende medicijnen, zoals de zogeheten ACE-remmers, kunnen de lithiumspiegel verhogen. Als je dit soort medicijnen bij lithium voorgeschreven krijgt, is het verstandig je lithiumspiegel een aantal keren extra te laten controleren. Het kan nodig zijn de lithiumdosis aan te passen.

Primperan levert geen probleem op in combinatie met lithium.nNaproxen is een pijnstiller, een zogeheten NSAID. Andere voorbeelden van NSAID’s zijn diclofenac en merken als Voltaren, Ibuprofen en Aleve. Door dit soort medicijnen kan de lithiumspiegel stijgen. Het is niet goed te voorspellen hoeveel de lithiumspiegel stijgt en daarom is het verstandig die extra te laten controleren. Nu zal één tabletje naproxen waarschijnlijk niet veel problemen opleveren, maar als je altijd al een wat hoge lithiumspiegel hebt, wees dan bedacht op symptomen van een al te hoge lithiumspiegel. Heb je er last van, neem dan contact op met een arts.

Er is geen bezwaar tegen het gebruik van kaliumchloride tenzij er sprake is van nierfunctiestoornissen (nierfunctie < 30%). Wel kan extra kaliumgebruik soms problematisch zijn in combinatie met bloeddrukmedicijnen zoals ACE-remmers (enalapril, perindopril, enz.), ARB’s (valsartan, losartan), spironolacton, triamtereen of amiloride.

In dit soort producten zitten vooral proteïnen, vitaminen en mineralen, net als in normale voeding. Dit geeft geen interacties met lithium of een grotere kans op bijwerkingen zolang je normale hoeveelheden nuttigt.

Voor zover bekend levert de combinatie magnesium en lithium geen problemen op.

Wees voorzichtig met dieetpillen en afslankmiddelen. Het is niet altijd duidelijk welke stoffen daarin zitten. Als ze bijvoorbeeld laxeermiddel bevatten kan dat tot vocht- en zoutverlies leiden. Hierdoor kan de lithiumspiegel te hoog worden en dat kan gevaarlijk zijn

Acetazolamide (‘hoogteziektepil’) zorgt ervoor dat de nieren iets meer natrium uitscheiden en waarschijnlijk meer lithium. Dat kan betekenen dat de lithiumspiegel daalt. Verblijf op grote hoogte kan de klaring van lithium iets verminderen, waardoor de spiegel weer wat stijgt. Het ene effect heft het andere dus min of meer op. Als je het medicijn maar een paar dagen gebruikt en de lithiumspiegel daardoor in die tijd lager is dan normaal, is dat geen reden de dosis aan te passen. Blijf wel alert op intoxicatieverschijnselen door het verblijf op grote hoogte. Uit voorzorg kun je de lithiumdosis iets aanpassen als dat voor de stemmingsstoornis mogelijk is.

Quetiapine (merknaam Seroquel) is een antipsychoticum dat veel aan mensen met een bipolaire stoornis wordt voorgeschreven. Het heeft geen interactie met lithium en kan dus tegelijkertijd worden gebruikt. Net als ieder ander medicijn kan het bijwerkingen hebben, dat wel. Dat het in het buitenland verboden zou zijn is ons niet bekend.

Als je al een gevoeligheid hebt om manisch of depressief te worden, kan het gebruik van alcohol en drugs tot meer problemen leiden. Van overmatig alcoholgebruik kun je relatief uitgedroogd raken, waardoor de lithiumspiegel kan stijgen. Daar zou je rekening mee kunnen houden. Regelmatig veel alcohol drinken is eigenlijk nooit verstandig en dus ook niet in combinatie met lithium.

Nieren/vocht/zout (9)

Met de leeftijd gaat de nierfunctie altijd wat achteruit. Er bestaan geen medicijnen die dat voorkomen. Een gezonde leefstijl helpt wel. Dat betekent: voldoende bewegen, overwicht voorkomen en niet roken

Belangrijk is dat een lithiumgebruiker ‘gewoon’ eet en drinkt. Dat wil zeggen niet overdreven veel zout – dat is voor niemand goed – maar ook zeker niet zoutloos of zoutarm. Alleen in het geval van overmatig vocht- (en zout)verlies door bijvoorbeeld braken, diarree en hoge koorts, is het verstandig het vocht aan te vullen en wat zout in te nemen. Dat kan door bijvoorbeeld een kopje bouillon te drinken. Dit is nog belangrijker als er tekenen zijn dat de lithiumspiegel te hoog is.

Bij een verlaging van de dosis is niet te verwachten dat er bijwerkingen ontstaan. Het kan wel zo zijn dat lithium minder effectief is als de spiegel te laag wordt. Voor de meeste mensen is een spiegel van rond de 0,6 mmol/l echter wel goed. Zo belast je je nieren wat minder en blijft het effect van lithium op je stemming behouden. 

Alleen als je veel vocht verliest door zweten, diarree of koorts, is het goed het tekort aan vocht en het zout aan te vullen. Tegelijk met het vocht verlies je altijd wat zout. De nieren reageren daarop en houden het aanwezige zout zoveel mogelijk binnen. Omdat lithium ook een zout is, stijgt de lithiumspiegel daardoor. Dit voorkom je  door wat extra zout te nemen bijvoorbeeld in de vorm van een kopje bouillon. Let wel: doe dit alleen in bijzondere situaties, zoals bij hevig transpireren en in het geval van koorts of diarree.

De nierfunctie neemt enigszins af naarmate je ouder wordt. Na jarenlang lithiumgebruik gebeurt dit meestal iets sneller. Dit leidt eigenlijk zelden tot ernstige problemen. De kans op nierproblemen is groter als je, naast het gebruik van lithium, ook nog last krijgt van bijvoorbeeld suikerziekte of een hoge bloeddruk. Dat zijn aandoeningen die een flinke belasting voor de nieren kunnen vormen. Een danig verminderde nierfunctie komt bij chronisch lithiumgebruik bij 10-15 procent voor, ernstig nierfalen waarvoor nierdialyse nodig is bij maar ongeveer 0,5 procent.

Het is belangrijk met enige regelmaat de nierfunctie te controleren als je lithium gebruikt. De eventuele achteruitgang van de nierfunctie gaat doorgaans zeer langzaam. Door het regelmatig te controleren, zie je eventuele problemen ver tevoren aankomen en heb je ruim de gelegenheid met je arts te bespreken wat in dat geval verstandig is om te doen. Om het risico op nierschade te verkleinen is het verder belangrijk een verstandige levensstijl aan te houden met gezond eten, voldoende lichaamsbeweging, enz.

Als de nierfunctie goed is, zou dat geen probleem moeten opleveren. Het is wel aanleiding om de nierfunctie nog nauwkeuriger te monitoren dan normaal al gebeurt.

Een heel geleidelijke, milde achteruitgang van de nierfunctie is meestal geen reden iets aan de dosering te wijzigen. Wel is het goed de lithiumspiegel niet hoger in te stellen dan nodig is. Als er ruimte voor is,lijkt het voor de nieren wel goed de dosis lithium iets te verlagen. Een te lage lithiumspiegel is echter niet verstandig omdat het middel dan minder bescherming biedt. Overleg altijd met je voorschrijvend arts als je dit overweegt.

Soms leidt het gebruik van lithium tot veel plassen. Als je ’s nachts regelmatig naar de wc moet, is dat heel vervelend. Het helpt weleens als je je lithium eerder op de dag inneemt, in plaats van net voor het slapengaan. Op die manier heb je niet ’s nachts de hoogste lithiumspiegel. Als dit niet helpt en je moet echt te vaak naar de wc, kan een verwijzing naar de internist-nefroloog verstandig zijn. Deze kan onderzoek doen naar zogeheten diabetes insipidus. Dit betekent dat de nieren door het gebruik van lithium meer moeite hebben de urine te concentreren. Daardoor moet je meer plassen en meer drinken. Vaak weet de nefroloog dat wel te verbeteren.

Je nieren zijn vooral gebaat bij een gezonde leefstijl: voldoende bewegen, overgewicht voorkomen, niet roken en goede behandeling van ziekten als diabetes en hoge bloeddruk. Als je toch voedingssupplementen overweegt, kun je het beste vooraf door je apotheek of je behandelend arts laten controleren of die producten invloed hebben op de medicijnen die je arts heeft voorgeschreven.

Praktisch (31)

Drie waarden moeten in ieder geval met enige regelmaat worden gecontroleerd.

De lithiumspiegel wordt bepaald om te controleren of die niet te laag is, want dan biedt hij te weinig bescherming. Hij mag ook niet te hoog zijn , want dat kan leiden tot bijwerkingen of schadelijke effecten.

De nierfunctie. MDRD/GFR en kreatinine zijn waarden die daarover iets zeggen. We zien vaak dat de nierfunctie langzaam iets achteruitgaat bij lithiumgebruik, maar door regelmatige controles heb je doorgaans ruim de tijd om met een deskundige te bespreken wat verstandig is om dan te doen.

De schildklierfunctie kan achteruitgaan door lithiumgebruik. Als dit tijdig wordt vastgesteld, is dat goed te corrigeren.

Het is overigens verstandig jaarlijks een uitgebreider onderzoek te doen. Ook is het goed om zelf je waarden bij te houden. Vraag daarom om een kopie van de uitslag.

Eerst wordt met je doorgenomen of je gezond bent en welke medicijnen je gebruikt. Ook andere lichamelijke aspecten passeren de revue. Ook wordt doorgaans je bloeddruk gemeten. Verder wordt bloed afgenomen om een aantal bepalingen te doen. Zo weet je hoe bijvoorbeeld de nieren en de schildklier functioneren. Ben je ouder dan zestig jaar, dan wordt meestal ook een ‘hartfilmpje’, ECG, gemaakt.

Lithium orotate zijn tabletten met een heel lage dosis lithium. Geclaimd wordt dat dit soort lage doseringen goed is voor tal van klachten en stoornissen. Daar is tot op heden echter weinig bewijs voor. Om de stemming stabiel te houden bij mensen met een bipolaire stoornis zijn veel hogere doses lithium nodig. Dat is alleen beschikbaar in de vorm van lithiumcarbonaat.

Beide middelen bevatten dezelfde werkzame stof en ze hebben hetzelfde effect. Ze worden bovendien even snel door het lichaam uitgescheiden. Het enige verschil is dat het omhulsel van de tablet een andere samenstelling heeft. Een enkele keer verdraagt iemand het ene merk iets beter dan het andere door dit verschil in omhulsel.

Lithium geeft gemiddeld de meeste bescherming als de concentratie in het bloed, de bloedspiegel, tussen 0,6 en 0,8 mmol/l ligt. Het is belangrijk te weten dat deze waarden gebaseerd zijn op een 12-uursspiegel. Dit wil zeggen dat er ongeveer 12 uur zit tussen het innemen van lithium en het bloedprikken. Het meest praktisch is daarom dat je ’s avonds lithium inneemt en ’s ochtends bloed laat prikken.

Als je een nieuw medicijn gaat gebruiken is het belangrijk dat je navraagt of een interactie met lithium bekend is. Bij twijfel is het altijd goed om een keer extra je lithiumspiegel te laten controleren. Van een aantal veelgebruikte medicijnen is bekend dat het de lithiumspiegel kan verhogen. Als je met zo’n medicijn begint, is het verstandig een paar keer extra je lithium te laten controleren. Van maar een paar medicijnen is bekend dat het de lithiumspiegel kan verlagen. Ook dan is het verstandig een keer extra lithium te controleren.
Als je erop bedacht bent dat een medicijn de lithiumspiegel kan veranderen, is het doorgaans goed mogelijk lithium met andere medicijnen te combineren.

Voor het effect op de stemming maakt het niet uit hoe laat je lithium inneemt. Om praktische redenen wordt meestal aangeraden lithium ’s avonds in te nemen. Omdat er 12 uur tussen de laatste inname en bloedprikken voor de lithiumspiegel moet zitten, is ’s avonds innemen het gemakkelijkste. Soms wordt gekozen voor de helft ’s ochtends en de andere helft ’s avonds, maar dan is er een wat grotere kans dat je een dosis vergeet.

Een lithiumspiegel tussen 0,6 en 0,8 mmol/l geeft gemiddeld de beste preventieve (beschermende) werking. Als je desondanks veel psychische klachten hebt, wordt soms een hogere waarde aangehouden, tot maximaal 1,2 mmol/l. Als je veel last hebt van bijwerkingen wordt weleens geprobeerd of de stemming ook met een wat lagere spiegel stabiel blijft. Bij ouderen wordt soms  een lagere spiegel aangehouden, meestal tussen 0,4 en 0,6 mmol/l.

Een lithiumspiegel van rond 0,9 mmol/l is meestal niet zo’n probleem. Er zijn meer mensen die zich goed voelen bij een wat hogere lithiumspiegel. Zolang je niet te veel last hebt van bijwerkingen en de nierfunctie is in orde, zou je zo’n hogere lithiumspiegel kunnen aanhouden als je stemming daardoor goed blijft.

Zolang de lithiumwaarden binnen de normale grenzen blijven, kan het geen kwaad dat je lithiumspiegel enigszins wisselt. De oorzaak kan van alles zijn: je eet- en drinkpatroon, je vocht- en zouthuishouding, andere medicijnen, enz. Je moet wel voorkomen dat de waarde steeds hoger wordt. Dat kan namelijk wijzen op een mindere nierfunctie. Een waarde van 1,2 mmol/l is wel aan de hoge kant. Van belang is dat je bedacht bent op verschijnselen die kunnen wijzen op een al te hoge lithiumspiegel.

Een waarde van 0,82 mmol/l hoeft niet per se verlaagd te worden. Wat extra vocht- en zoutinname is vaak al genoeg om de spiegel iets te verlagen.

Op hogere leeftijd functioneren de nieren meestal wat minder, waardoor vaak een lagere dosis lithium nodig is om een bloedspiegel te bereiken van 0,6-0,8 mmol/l. Het lijkt erop dat veel ouderen aan een bloedspiegel van 0,4-0,6 mmol/l genoeg hebben om de stemming stabiel te houden. Vaak wordt dit daarom aangehouden indien mogelijk.

Lithium is een tamelijk gecompliceerd medicijn waarmee de meeste huisartsen niet veel ervaring hebben. Belangrijk is dat je zelf kritisch bent en je bloedwaarden (ook van de nierfunctie) zelf bijhoudt. Wij vinden het belangrijk dat je huisarts of jijzelf bij twijfel of een veranderde situatie gemakkelijk kan overleggen met een psychiater die ervaring heeft op dit gebied. Dat is een belangrijke voorwaarde om lithiumcontroles door de huisarts te laten verrichten.

Voor het afbouwen van lithium bestaan geen standaardschema’s. Het is wel bekend dat het geleidelijk moet gebeuren om terugval te voorkomen. Hoe langzaam ‘geleidelijk’ is, is echter niet bekend. In de praktijk doen de meeste mensen er enkele weken tot maanden over en verminderen ze de dosis bijvoorbeeld elke drie à vier weken met 200 mg. Let tijdens de afbouw vooral goed op tekenen van een beginnende manie of depressie.

Voordat je dat doet is het verstandig dat eerst met je behandelaar te bespreken. Dan komen alle voordelen, nadelen en risico’s aan de orde. Wellicht zijn er alternatieven voorhanden. Met die informatie kun je een goede afweging maken. Breng een bezoekje aan www.keuzehulp.info om je op de afspraak voor te bereiden. Als je echt met lithium stopt, is het verstandig dit langzaam af te bouwen. Plotseling staken geeft een veel groter risico op een manie of depressie. Trek er minimaal enkele weken voor uit.

Door diëten kan het vocht- en zoutevenwicht verstoord raken. Dat kan gevolgen hebben voor je lithiumspiegel. Vooral voor een hoge lithiumspiegel moet je oppassen. Het is raadzaam je lithiumspiegel vaker te laten controleren als je met een drastisch dieet bezig bent of veel kilo’s afvalt.

Wees voorzichtig met dieetpillen en afslankmiddelen. Het is niet altijd duidelijk welke stoffen daarin zitten. Als ze bijvoorbeeld laxeermiddel bevatten kan dat tot vocht- en zoutverlies leiden. Hierdoor kan de lithiumspiegel te hoog worden en dat kan gevaarlijk zijn

Het is niet waarschijnlijk dat de bloedspiegels zullen veranderen na het overstappen, omdat Camcolit en Priadel even snel worden afgebroken. Met andere woorden: hun halfwaardetijd is hetzelfde. Bij zo’n verandering is het altijd verstandig voor de zekerheid je lithiumspiegel een keer extra te laten bepalen, maar de kans dat er problemen door ontstaan is dus niet erg groot.

Lithium kan ook geleverd worden in capsules. Sommige daarvan worden ook vergoed. In speciale gevallen kan de apotheek zelfs een drank bereiden, maar dat is eigenlijk zelden of nooit nodig of mogelijk.

In het lichaam komt maar heel weinig, nauwelijks meetbaar, lithium voor.

Wat je wel en niet kunt eten wordt niet bepaald door de hoeveelheid lithium die je gebruikt. Houd er wel rekening mee dat je lithiumspiegel kan stijgen door koorts en braken.

De lithiumspiegel in het bloed is idealiter tussen 0,6 en 0,8 mmol/l. Hoe hoog de dosering lithium is om die waarde te bereiken, verschilt van persoon tot persoon. Deze variatie wordt o.a. bepaald door lengte, gewicht, leeftijd, werking van de nieren, vochtinname en gevoeligheid voor het middel. Hoeveel tabletten, de dosis, iemand moet gebruiken wordt geheel bepaald door de lithiumspiegel. De lithiumspiegel in het bloed wordt meestal tussen 0,6 en 0,8 mmol/l ingesteld. Het verschilt erg per persoon hoeveel tabletten je moet gebruiken om tot deze bloedspiegel te komen. Sommige, vaak jongere, personen gebruiken 3 tabletten van 400 mg om goed ingesteld te zijn. Andere, vaak oudere, personen verkrijgen met een halve tablet van 400 mg al een goede concentratie in het bloed. Verschillende factoren zijn hierop van invloed, zoals lengte, gewicht, leeftijd, werking van de nieren en de vocht- en zouthuishouding. Het is dus belangrijk met enige regelmaat bloed te laten afnemen om de lithiumspiegel te bepalen, omdat veel van deze factoren veranderen in de tijd.

Doorgaans is 1,5 tot 2 liter per dag ruim voldoende. Meestal drink je vanzelf voldoende omdat je dorstgevoel je daartoe aanzet.

De lithiumspiegel moet minimaal een keer per halfjaar worden gecontroleerd. Alleen als de dosis heel stabiel is ingesteld en er zijn geen stemmingswisselingen, is dit voldoende. Het is verstandig dat vaker te doen als de dosis verandert, als je stemming instabiel is, als je ziek wordt of als je extra medicijnen moet gebruiken. Voor de zekerheid wordt vaak gekozen voor een driemaandelijkse controle.

Doorgaans is iemand vrij vlot ingesteld op de juiste lithiumdosis. Steeds kan na ongeveer vijf dagen bloed worden afgenomen om de lithiumspiegel te bepalen. Na twee tot drie keer bloedprikken is de juiste bloedspiegel meestal wel bereikt. De meeste bijwerkingen ervaar je in de eerste weken, soms manifesteren ze zich echter pas na langere tijd. Door de lithiumdosis een beetje aan te passen zijn veel bijwerkingen te verminderen.

Wie geen lithium slikt, heeft zo weinig lithium in zijn lichaam, dat het nauwelijks meetbaar is. Als je dus bloed zou prikken en je doet een lithiumbepaling, zoals bij een gebruiker van het medicijn lithium, is de waarde nul.

Lithiumtabletten zijn tamelijk groot. Als de tablet niet precies in het midden wordt gebroken, zal dat maar weinig meer of minder lithium betekenen. Zo’n kleine verandering geeft geen problemen.

De vraag of het nog nodig is om lithium te blijven gebruiken, rijst vroeg of laat bij iedereen. Probeer dan een goede afweging te maken tussen voordelen, nadelen en risico’s. Hoe goed heeft het gewerkt? Hoeveel last heb je van het medicijn? Hoe vervelend vind je het om een medicijn te slikken? Zijn er complicaties? Hoe groot schat je de kans in dat je weer manisch of depressief wordt? Hoe vervelend zou het zijn om manisch te worden, wat zijn daarvan de consequenties? Oftewel: wat heb je te verliezen?
Voor iedereen pakt die afweging anders uit. Dat kun je het beste bespreken met de psychiater bij wie je in behandeling bent. Om dit op een rij te zetten is ook een keuzehulp ontwikkeld.

[linkje aanbrengen onder ‘keuzehulp’]

De optimale lithiumspiegel verschilt van persoon tot persoon. Gemiddeld doen de meeste mensen met een bipolaire stoornis het goed op een spiegel tussen 0,6 en 0,8 mmol/l. Er zijn echter ook lithiumgebruikers die pas stabiel worden op een hogere waarde, bijvoorbeeld rond 1,0 mmol/l. Sommige anderen functioneren goed op een waarde tussen 0,4 en 0,6 mmol/l.

Soms kan een hoge lithiumspiegel net een extra effect geven. Dit kan nodig zijn bij een toename van manische of depressieve klachten. Je moet dat echter altijd alleen maar doen na overleg met je behandelend arts. Deze kan inschatten of het verstandig is de dosis te verhogen en met hoeveel dat eventueel kan. Bij een verhoging van de dosis kan de lithiumspiegel ook te hoog uitkomen. Daarom is het verstandig de lithiumspiegel na de verhoging extra te controleren. Laat dus bloed prikken om zeker te weten dat de spiegel niet te hoog is.

Als de laborant er niet naar vraagt, kun je het beste zelf melden hoe laat je lithium hebt ingenomen en vragen of hij dat op het afnameformulier wil noteren. Om een goede indruk te krijgen van de waarde is het namelijk belangrijk te weten hoeveel tijd is verstreken tussen inname van lithium en de bloedafname.

Zwanger/vrouw (2)

Gemiddeld daalt de lithiumspiegel in de eerste drie maanden van de zwangerschap. In het tweede trimester is de lithiumspiegel het laagst. In de laatste drie maanden van de zwangerschap stijgt de lithiumspiegel vaak. Het is dus verstandig dat je tijdens de zwangerschap vaker bloed laat prikken, in de laatste maanden kun je dat het beste wekelijks doen.

Er is maar weinig onderzoek gedaan naar het verband met hormoonveranderingen. De onderzoeken die wel zijn gedaan, leveren niet veel op. Lithium heeft geen invloed op de gevoeligheid voor hormonen en heeft evenmin effect op bijvoorbeeld overgangsklachten. In de periode van de overgang komen stemmingswisselingen meer voor en het lijkt erop alsof sommige vrouwen daardoor ook gevoeliger zijn voor manische of depressieve fasen. Wat je daar aan moet doen, is echter niet zo duidelijk. Omdat sommige vrouwen misschien iets kwetsbaarder zijn, is het van belang dat de lithium goed is ingesteld, waardoor je zeker weet dat dit middel je voldoende bescherming biedt. Dus een extra spiegelcontrole kan wel verstandig zijn. Mogelijk ontstaan door hormoonveranderingen ook wat veranderingen in de vocht- en zouthuishouding en dan kan het zeker verstandig zijn wat vaker de lithiumspiegel te laten controleren.

Load More